woensdag 22 april 2009

Opa’s aan de top

Zaterdag 11 april 2009, Ertvelde, waod C, 8de
Maandag 13 apri 2009, Ternat, vwf C, peloton

Zaterdag de beslissende vlucht gemist in Ertvelde (waod). Maandag in Ternat (vwf) er in duo wel in geslaagd drie kwart van een ronde het peloton voor te blijven. Dat zijn de twee belangrijkste feiten van mijn twee jongste koersdagen. In de eerste koers viel het op het einde nog wat uiteen en, als ik mij niet vergis, werd ik 8de. Zondag was het een bijna-massasprint waar ik niet genoeg vooraan geplaatst zat om mee te tellen voor een top tien plaats. Een koersweekend zoals er 12 in een dozijn zijn, zal u denken. Het gaat vervelen, weet ik, maar stop toch maar niet met lezen.


Je moet met name ‘ns goed op de details letten en vooral op de inhoud van de haakjes in wat nu volgt. Zaterdag werd het peloton eerst murm gereden en vervolgens uiteengereten door Franky Van Oyen (47 jaar). De enige die middels een splijtende demarrage Franky nog bij kon benen was Walter De Veerman (47 jaar). Maandag was er weer een pak volk aanwezig in de categorie C van de vwf. Hoe meer volk, hoe meer vreugd, maar ook hoe moeilijker het is om van de groep weg te rijden. Slechts 1 renner slaagt daar wonderwel in, Ronny Paridaens (52 jaar), een lichtgewicht met Willy Teirlinck jus in de benen. Van op de tweede rij zie ik hoe de rest van de quasi nog voltallige meute zich, al jagend op Paridaens, als een bende gekken naar beneden stort richting downtown Ternat en zich als wild water de laatste 500 meter door twee bochten van 120°gooit. Daar zullen alleen de “jonge” gasten zich hebben durven aan wagen, denk ik dan, terwijl ik hijgend over de meet bol. Met verbazing stel ik later op de namiddag vast dat plaatsen twee en drie respectievelijk naar Alain De Norre (50 jaar) en Patrick Van Renterghem (59 jaar) gaan. Een podium met een gemiddelde leeftijd van 54 jaar. De Wedstrijd die volgt, de B reeks dus, waar nog een tandje groter wordt gereden en waar nog wat meer jongeren starten wordt volledig gedomineerd door topatleet en kampfzwein Rudy Thomas (50 jaar), allround klasbak Kenny De Maerteleire ( 48 jaar), de man die je een plezier doet door hem in de polders tegenwind een uur op de grote plateau te laten rijden, Dirk De Bondt (49 jaar) en last but not least spurtbom Dirk Van Hove (51 jaar).
Voor de volledigheid vertel ik je er nog bij dat een paar dagen later de wedstrijd van de Elite Zonder Contract in Belsele werd gewonnen door Patrick Cocquyt (49 jaar) en mede werd gekleurd door onze super Franky Van Oyen (47 jaar).

Je hebt het al door: ik( 45 jaar) ben een ukkie, een junior, een pummel die net de kop komt opsteken aan het koersfirmament, ja, ik heb nog een hele grote toekomst voor mij, ik ben namelijk nog niet volledig op mijn sterkst als renner, ik moet nog groeien, ik heb nog progressiemarge, haha, nog veel melk drinken en mijn beste jaren moeten nog komen !!!!!




Patrick Coucuyt in Belsele


Patrick Van Renterghem


Franky Van Oyen


Dirk Van Hove


Rudy Thomas


Kenny De Maerteleire


Walter De Veerman


Dirk De Bondt


Alain De Norre

vrijdag 17 april 2009

Geen koers dit weekend


De vraag is niet of, alleen wanneer.

Ik heb het weer zitten, het is elk voorjaar hetzelfde liedje. Wanneer de vorm enig niveau haalt, word ik terug tegen de draad gekieperd met een soort griep. Mijn keel voelt dan aan als schuurpapier, mijn amandelen zwellen, ik lig te beven als een rietje in mijn bed, mijn longen voelen aan alsof ik een pakje Richmond filter heb opgesmoord. Een vod ben ik. M aar bovenal is er op een dergelijk moment iets aan de hand met mijn benen: die tintelen en doen pijn alsof ik de Mont Ventoux heb opgefietst met op een 53/12.

Ik vraag mij af: ben ik de enige die dat elk jaar moet doormaken, en vanwaar toch die pijn in de benen?

Iedereen vroeg in vorm


Wieze, 29 maart, waod Cat C
3de

Ik zal het maar direct bekennen: vroeger durfde ik al eens een lezersbriefje naar de krant te plegen. Zo ook in het jaar 1994(???). Tot dan werd de “officiële” versie van de ronde van Vlaanderen voor wielertoeristen op een parcours gereden dat uitgetekend was met veel respect voor het originele, maar dat niet noodzakelijkerwijs letterlijk volgde. Zo was Freddy De Geest journalist bij het Nieuwsblad en café-uitbater van de Parking in Massemen er in geslaagd om de Ronde voor wielertoeristen een aantal jaren te laten vertrekken en aankomen in zijn gemeente. Ook de datum waarop het evenement plaatsvond was niet zoals vandaag, de dag voor de grote ronde, maar ergens einde mei. Ik die tijd voetbalde ik, nou ja, iets wat er op geleek, maar met een sterke derde helft, nog bij de legendarische Jungleboys. Het combineren van fietsen en voetballen leek mij toen een onmogelijke zaak en aangezien de voetbalcompetitie tot half april duurde, had ik benevens het koude weer niet meer argumenten nodig om de fietstraining pas te starten nadat de voetbalschoenen voor een paar maanden aan de haak waren gehangen. Dat volstond in die tijd om net genoeg in conditie te zijn om einde mei de 270 kilometers over de kasseien en hellingen van de Ronde af te haspelen. Grote commotie en colère bij ondergetekende wanneer de bobo's van Het Nieuwsblad beslisten om de Ronde voor wielertoeristen de dag voor de echte Ronde, begin April dus, te organiseren. “Wat dachten jullie wel, moeten wij nu ook naar de Ronde van de Middellandse zee trekken om in vorm te komen”, fulmineerde ik in die tijd in een vlammende lezersbrief naar de krant.

Ondertussen weten we wel beter.

Primo. De beslissing om de Ronde voor wielertoeristen en deze voor de profs op één weekend te houden is een van de betere ingevingen geweest van de organisatoren. Het Ronde weekend was daar nogmaals het bewijs van. Het was weer een van de hoogtepunten van het jaar voor fietsend Vlaanderen, honderdduizenden mensen waren terug op de been en op de fiets. Enthousiasmerend, volksverheffend. Wat dat wielrennen al niet teweeg brengt in Vlaanderen. Een tip als voorbeeld: de filmpjes op de site van Kwets, het meest hippe maandblad van Wetteren en omstreken (www.kwets.be)


Secondo. Mits de geschikte kledij kan er ook in de wintermaanden serieus kan worden getraind, u moet in de maanden Januari en Februari maar eens meerijden met “den Admiral” van Destelbergen.


Zo kan het dan gebeuren dat iedereen zijn vorm zodanig is aangescherpt dat in een voorjaarswedstrijd op 29 maart een hele koers lang gebeukt en aangevallen wordt, maar het peloton niet uiteen te rijten valt (over de heisa met het aansluiten van de AB groep zullen we het later nog wel eens hebben). Chapeau voor Marc Borghgraef en Peter Mol, die de laatste ronde er toch in slaagden op hun kousenvoeten van ons weg te rijden, daar waar het er alle schijn van weg had te zullen af stevenen op een groepssprint.


Wieze, reeds tweemaal mocht ik je omhelzen, een derde keer zat er vandaag niet in.

woensdag 8 april 2009

Renners graven eigen graf

Een paar jaren geleden was ik op een of andere koers eens in gesprek geraakt met de voorzitter van een ter ziele gegane bond waarvan ik mij de naam niet meer herinner. De modus operandi van deze bond situeerde zich op de grens van Limburg met Wallonië. Op de vraag naar de oorzaak van het faillissement antwoordde de man mij dat er geen interesse meer was van de organiserende cafés omdat voor hen het sop de kool niet meer waard was. Benevens tappen, kan een cafébaas namelijk ook goed rekenen. Renners bleven niet meer plakken, de cafébazen verdienden er niets meer aan, behalve veel last, en zegden hun toezegging voor het volgende jaar op.

Twee weken terug was ik na de koers in Wieze als één van de eersten in het café waar de prijsuitreiking plaatsvond en installeerde ik mij in gezelschap van een ferme Trappist achter het tafeltje van de officials. Het kan zijn dat ik van tegenwoordig traag drink, feit was alleszins dat nog voor mijn glas leeg was, alle renners van de reeksen A, B, C en D waren gepasseerd, en dat er in het belendende cafézaaltje waar de uitreiking plaats vond nog héél veel plaats was en dat de verweesde cafébaas er met zijn werkloze garcons gerust een spelletje kon kaarten.

Vandaar mijn oproep:

Beste renners, wanneer jullie zich gaan inschrijven en/of om jullie prijs gaan, is het toch niet zó moeilijk om tenminste één consumptie te nuttigen. Ik weet dat jullie allen semiprofessionals zijn, dat het crisis is en dat den drank niet goedkoop is, maar is het jullie nog niet opgevallen dat er – vergelijking met een paar jaren terug – heel wat minder koersen worden georganiseerd? Ik krijg het met moeite uit mijn toetsenbord, maar: drink desnoods een colaatje!

Beste organisatoren, schaf het vaste rugnummer terug af, dan hebben de renners die geen prijs hebben geen andere keus dan het café binnen te komen, en wie weet, voelen zij zich dan moreel wel verplicht iets te drinken.

Hubris in Henegouwen
















Familleureux, 4 april, Amicale 2000 Cat C.
2de

Nog een drietal kilometer. De gebruikelijke schermutselingen in de laatste 2 ronden zijn uitgebleven. We draaien al 7 à 8 toeren goed rond in de kopgroep. Blijkbaar vertrouwt elk van ons op zijn sprint. Ook ik. Een massasprint winnen zit er vooralsnog niet in, maar het straks afmaken in een sprint met vijf, dat moet lukken. Joseph Devits is de enige die ik in het oog houd. Daar gaat nummer 76 op het laatste stukje vals plat. Niemand reageert. Ik aarzel ook even, maar zet toch de achtervolging in. Devits brengt de groep weer samen. Ja, lap, het is hier weer van dattum, iedereen mag winnen behalve ik dus, de indringer, de nieuwkomer, het trieste lot van elke nieuwkomer. Wat kan het mij schelen, mijn plan is toch om iedere ontsnapte te gaan halen en het dan af te maken in de sprint. Door het manoeuvre heb ik wel de koppositie opgedrongen gekregen. Even ga ik kort in de remmen. Haha, Devits op kop, ik in derde positie. Tussen ons zit Rudy Berwart. De wind blaast schuin links op ons in, waardoor we helemaal rechts van de weg fietsen. Devits laat net genoeg plaats in een mini waaier zodat Berwart in een zetel zit. Nog 250 meter. Devits zet aan, ik counter onmiddellijk langs links, pal in de wind, ik heb geen andere keuze. Ik ga er gemakkelijk over, de overwinning lonkt 100 meter verder. Verdomme, die Dewart komt langs rechts opzetten, ik schakel naar de elf, een kleine hapering, ik pers er alles uit en roep de goden om bijstand. Quasi tegelijkertijd gooien wij ons met onze fietsen over de meet. Ik voel dat ik geklopt ben, groot zal het verschil niet zijn, misschien tien centimeter, genoeg om te beslissen over winst en verlies.

Wat hebben wij geleerd vandaag?


Eén. Wacht niet om zelf eens aan te vallen en stel niet altijd uw vertrouwen op de sprint.

Twee. Neem direct over bij het remonteren van de enige aanval die naam waardig in de laatste kilometers.


Drie. Doe de deur dicht als je in de sprint voelt dat er iemand langszij komt.


Waarom gingen we naar Familleureux?

A. Deze week 2 keer serieus blijven blutsen en daarom geen zelfvertrouwen om het tegen toppers als Franky, Walter of Patrick op te nemen. Hier kan ik zonder gêne afgaan.

B. Deboosere voorspelt voor de namiddag regen, hier wordt gestart om 13 uur. Waod startte pas om 16 uur.


C. Google Maps (the best there is!) gaf aan dat Familleureux slechts 10 minuten verder rijden was dan Malderen, waar VWF reed.


Zodoende…

Ah. Nog dit. De terugreis al sightseeing en autostradeloos afgelegd, en gepasseerd in Enghien (Edingen), en gemerkt dat de straat- en gemeentenamen tweetalig waren. Inderdaad, één van de vier Franstalige gemeenten met faciliteiten voor Vlamingen. Wie kent de andere drie?