vrijdag 27 maart 2009

Patrick Van Renterghem nog steeds de beste

Puurs, zondag 22 maart 2009, VWF Cat C.
10de

Bijna 60 jaar en tegen de wind in na 2 ronden wedstrijd wegrijden van een peloton van om en bij de 100 man en dit tot op de streep volhouden, ondanks de – weliswaar laat ingezette – achtervolging van zeven van de betere renners. Dat is wat de ouderdomsdeken, van de VWF Categorie C, Patrick Van Renterghem, zondag presteerde in Puurs. Hoed af! De jus in de eigen benen lieten het, in tegenstelling tot de dag ervoor, wat afweten, want ik geraakte niet verder dan het tweede achtervolgende groepje waar ik eindigde net voor – jawel – Eddy Merckx (waarschijnlijk de meest geciteerde renner in alle VWF wielerblogs en voor alle duidelijkheid niet dé Eddy Merckx, maar een 20 jaar jongere versie – ik ga proberen om zoveel mogelijk flauwe grapjes hieromtrent te vermijden, het moet al erg genoeg zijn voor die gast).

Conclusie van het weekend: misschien is het op mijn leeftijd niet meer echt aangewezen om twee dagen na elkaar te gaan koersen. Als vrouw en kind dàt maar niet lezen...

woensdag 25 maart 2009

Adriaan wint de Tour de France

By Bart De Schampheleire

[Bart De Schampheleire is een gerenommeerd freelance journalist die schrijft voor onder andere Grinta, Wielerrevue, Fiets, en Motoren en toerisme. Hij ruilde zijn passie voor de fiets een paar jaar geleden in voor een passie voor de moto]


Damme Duo Classics, editie 2008



Arie De Moor is een eerlijk man, maar die eerlijkheid is soms hard om dragen voor zijn medemens. Vrijdagmiddag, rond een uur of twee. Arie De Moor aan de lijn. ,,Ik heb al half België gebeld op zoek naar een ploegmaat voor een koppeltijdrit morgen in Damme. Mijn vaste ploegmaat heeft afgezegd en nu zoek ik iemand anders. Geen conditie? Het is maar twaalf kilometer, dat kan geen probleem zijn voor jou.’’ Dat hij mij pas belt nadat hij al half België heeft gevraagd maakt twee dingen duidelijk. 1) Iedereen weet inmiddels dat ik totaal uit conditie ben en dus geen goede maat ben om een koppeltijdrit mee te rijden. Dat wist ik zelf ook al, maar Arie maakt dat nu pijnlijk duidelijk. 2) Dat half België geen zin heeft om met Arie De Moor twaalf kilometer tegen de klok te rijden zegt zeer veel over de snelheid waarmee Arie fietst.
Soit, ik heb voor het weekend nog maar één stommiteit gepland (een uithoudings motorcross van vier uur in de Ardennen op zondag) en mijn zaterdag is nog vrij, daar kan dus nog een stommiteit bij.

En wat voor één. Zonder conditie 11,2 kilometer in het wiel hangen bij iemand die wekelijks koerst is je reinste zelfmoord. Na amper vijfhonderd meter zie ik al 49,7 kilometer per uur op het schermpje van mijn fietscomputer staan, voor de rest van de rit kijk ik er niet meer naar. Hebt u trouwens al opgemerkt dat ik achthonderd meter op kop heb gereden in deze tijdrit? Twee keer was het de bedoeling, al zakte het tempo met mij op kop zodanig snel dat Arie ogenblikkelijk en volledig terecht weer de leiding nam. Dat Arie met veel verve de laatste bocht compleet miste omdat hij de fotografe van heel dichtbij wou gaan bekijken gaf mij wel lekker de mogelijkheid om als eerste over de finish te komen en het publiek op die manier de indruk te geven dat ik ook mijn deel van het kopwerk had gedaan. Héhé, lekker niet. Tot laat ’s avonds brandden mijn longen en aan het gevoel van geschoren benen moet ik twee dagen na de tijdrit nog altijd wennen.
Heeft u trouwens een idee hoe ze je op een motorcross bekijken als je je aan je bestelwagen omkleedt en twee melkwitte, HAARLOZE benen te voorschijn tovert? Ook het motorcross was trouwens een calvarietocht zodat ik er nu als een hoopje uitgebluste sportieve ellende bij zit.

Toch zijn er vier lichtpunten in mijn bestaan. 1) Omdat ik dit stukje bij mekaar pen kan Arie niks anders dan zijn blog terug opstarten. 2) Ik heb dit weekend weer het zalige gevoel van sportieve pijn mogen ervaren en ben van plan om me daar zo snel mogelijk weer aan over te geven. 3) Volgend jaar doe ik weer mee aan de koppeltijdrit in Damme. Beter getraind en sneller dan ooit tevoren. 4) Vermoedelijk in 2032 wint Adriaan De Moor de Tour de France. Dan is het broekventje van nu een jaar of 28 en dus op zijn sterkst om zijn grote kinderdroom te verwezenlijken. Ik zal supporteren en de blog van zijn pa zal massa’s fans lokken. De toekomst ziet er goed uit.

Bart De Schampheleire

Geklist in Henegouwen

Callenelle, zaterdag, 21 maart 2009, Amicale 2000 du Hainaut, Cat. C 2de

Verandering van spijs doet eten. Daarom zal ik dit jaar wat meer gaan koersen bij onze Waalse vrienden van de Amical Cycliste du Hainaut 2000. Een kennismaking met een nieuwe wielerbond, dat is zoals met de meeste nieuwe ontmoetingen, dat klikt onmiddellijk of dat botst. Vorig jaar was dat, eerst schuchter, maar daarna was het liefde op het eerste gezicht: de parcours zijn mooi, de wegen breed en verkeersluw, de mensen zijn er gezellig en gemoedelijk en het ligt allemaal slechts op een uurtje rijden van Gent. (Bij gelegenheid zal ik eens een SWOT analyse maken van de verschillende bonden waar ik al heb gereden. Een SWOT analyse is niets meer dan een marketing buzz woordje om “eens een klapken te doen” over een bepaald onderwerp. Later meer).

Zaterdag jongstleden was het verzamelen geblazen in Callenelle, een piepklein dorpje bij het piepklein stadje Peruwelz, ten huize van “Mamy”, een lokale cafébazin die zeven koersen organiseert per jaar en daar zelfs de lokale pers mee haalt.
Redelijk wat wind en halfweg de koers met een man of 15 voorop geraakt, waarvan er op 2 ronden van het einde nog 7 of 8 overbleven (waaronder Mark Borghgraef en Ivan Wulffaert, die ook waren afgezakt naar hier). In de sprint van dit uitgedunde kopgroepje werd ik tweede, nadat ik eerst professioneel was opzij gezet door Christophe Briau, die op die manier de weg vrijmaakte voor Jos Devidst. En ik ben er zelf niet boos om, dergelijke spontane solidariteit, zelfs over ploeggrenzen heen, gebeurt nu eenmaal in elke bond wanneer het wekelijkse onderonsje van de autochtone renners vergald dreigt te worden door een nobele onbekende uit Gontrode.



Links: Mark Borghgraef, Ik, ?, Josepgh Devidts (trui kampioen van België)

Belofte maakt schuld

Het streelde wel degelijk mijn ijdelheid, wanneer mensen mij het afgelopen anderhalf jaar kwamen vragen wanneer ik deze blog terug zou heropstarten (al kan het ook goed zijn dat dat telkens louter een beleefdheidsvraagje betrof om een gênante stilte te doorbreken bij gebrek aan interessant gespreksonderwerp). Maar toch. Ik antwoordde dan steeds dat ik dit blog nieuw leven zou inblazen van zodra ik in het seizoen 2009 de eerste overwinning boekte. En daar ik mijn ambities wat dat betreft serieus had teruggeschroefd, was ik er vrijwel zeker van het gezaag en de blog-‘verplichting’ een tijdje te kunnen uitstellen. Quod non. Op zondag 1 maart had ik al prijs, de eerste dan nog, met excuses voor de flauwe woordspeling, in Ville Pommeroeul. Later misschien meer daarover in een wervelend verslag, alsook waarom ik dit jaar meer dan normaliter zou kunnen worden verondersteld zal gaan koersen in Henegouwen.

zaterdag 21 maart 2009

Na anderhalf jaar windstilte...

Na anderhalf jaar windstilte krijg ik terug goesting om mijn diepste zielenroerselen bloot te leggen in mijn blog. Al vraag ik mij wel af waarom? Vanwaar halen die miljoenen bloggers de motivatie vandaan halen om zo goed als dagelijks een inspanning te leveren die bijlange niet opweegt tegen de appreciatie die men daarvoor krijgt, laat staan dat men er voor vergoed zou worden of zo. Op enkele uitzonderingen na worden de meeste blogs met moeite gelezen. Is dat puur liefhebberij of tijdverdrijf? Ijdelheid? Willen wij een vermeend schrijftalent etaleren? Of is het eerder het willen uitschreeuwen naar de wereld toe dat die onbenullig ik die wij zijn, er toch toe doet, dat wij willen dat wat voor ons het leven uitmaakt echt wel telt en dat wat wij ondernemen, wij op een of andere manier belangrijk vinden en willen dat de rest van de planeet dat ook vindt? Emotioneel exhibitionisme.

Anderzijds heeft het "bloggen" ook "het schrijven" en "publiceren", dat vroeger was voorbehouden voor de elite, veel laagdrempeliger gemaakt en ik geef toe dat ik wekelijks uitkijk naar de sappige artikeltjes van mijn mede-courreurs. Of daar dan al dan niet veel taalfouten instaan of niet volgens de stijlregels van de proza zijn opgesteld doet hier volstrekt niet ter zake. De teksten komen récht uit het hart en maken deel uit van de volkskunst van de 21ste eeuw.

Een stapje verder in het zichzelf blootgeven, en volledig in het verlengde van de blog is Facebook, een zogenaamd sociaal netwerk dat dagelijks duizenden nieuwe gebruikers registreert. Daar waar wij vroeger op goed geluk op café gingen om eventueel een vriend of een kennis te ontmoeten (maar meestal onze tijd verdeden aan enkele ongevraagde tooghangers) hebben Facebookers nu gemiddeld meer dan 100 vrienden, vrienden waar zij soms meer van weten dan van hun eigen partner. Menig sociologen hebben al hun hersenen gepijnigd naar het waarom van het succes van netwerken zoals Facebook of Netlog. Ik denk dat dit een product is van moderniteit, waar alles gerichter, sneller en efficiënter moet verlopen, ook de vriendschappen.

Naast het heropstarten van mijn blog ga ik dus ook een Facebook account openen en ik zal jullie berichten over hoe ik dit ervaar en of deze technologie even fantastisch is als het pretendeert te zijn. Ik ben benieuwd of ik mij erger om mijn anonieme Internet cocon te hebben verlaten en om de vijf lappen te worden aangemaand om naar Facebook te surfen om te antwoorden op berichtjes van al dan niet echte vrienden. Momenteel ben ik jongensachtig enthousiast om met dit nieuwe speeltje aan de slag te gaan en ben ik benieuwd wie daar allemaal te ontmoeten.

Tot later.
Arie.