zondag 10 mei 2009

Laat Tom Boonen met rust, laat Tom Boonen koersen

Belgenland staat weer op zin kop. Tom Boonen betrapt op het gebruik van cocaïne. So what, zou je denken. Maar neen, de man waar een maand geleden nog heel België voor uit de bol ging en dit honoreerde met een pracht van een prestatie in Parijs-Roubaix, moet weer het met pek overgoten boetekleed aantrekken. Beschimpt, veroordeeld, uitgemaakt, en, op de koop toe door zijn werkgever geschorst.



Even de feiten. Op 27 april, 10 dagen na zijn deelname aan de laatste klassieker van het voorseizoen, gaat Boonen met enkele kompanen op stap om het stressy voorjaar van zich af te schudden. Sommige renners doen dit door met hun vrouw en kind ‘ns naar Plopsaland te gaan, anderen gooien zich veertien dagen in de zoetigheid of de vettigheid. Tom Boonen kiest ervoor om zich ‘ns te pletter te drinken en daarbij wat cocaïne te snuiven. De boog kan niet altijd gespannen staan en uiteindelijk doet hij 2 maal per jaar niets meer dan zichzelf ‘ns trakteren op iets waar veel van zijn leeftijdsgenoten zich wekelijks van bedienen.

De essentie is dat Tom Boonen, buiten competitie, gebruik maakte van een middel dat geenszins prestatiebevorderend is! Behalve misschien dat men zich vragen kan stellen naar de opportuniteit van dergelijk gebruik als topsporter, zie ik hier echt niet wat het probleem is. Laat bij wijze van spreken een coureur stomdronken zijn tijdens een controle in de tour de France, er is geen vuiltje aan de lucht, maar laat iemand, buiten competitie, tijdens een avondje uit, betrappen op een andere, maar soortgelijke drug, cocaïne, en de wereld is te klein. Twee maten en gewichten.

Als het waar is dat in middens, van chirurgen, advocaten, topkoks en bedrijfsleiders bij de minste prestatie het witte spul even vanzelfsprekend naar binnen wordt gewerkt, dan een asprine tegen de hoofdpijn - en dat wel degelijk tijdens de uitoefening van hun job, en dus competitie vervalsend ten opzicht van andere chirurgen, advocaten, topkoks en bedrijfsleiders - begrijp ik totaal niet waarom een sporter tussen twee competitie helften door niet het recht heeft om zich te bedienen van dezelfde drug om zich eens te ontspannen.

België gaat slecht om met zijn kampioenen. Ik vraag mij af of de daad van die pipo van het Ministerie van Sport van de Vlaamse Gemeenschap, die eind april beslist heeft om Boonen te gaan controleren op het gebruik van cocaïne, niet immoreler is dan de gebruiker zelf. Die man of vrouw kan dan misschien nog wel handelen binnen een wettelijk kader, hoe pervers moet men niet zijn om iemand buiten de competitie te gaan controleren op substanties die niet prestatiebevorderend zijn. Al stel ik mij wat dat betreft toch vragen of dit orgaan daar wel bevoegd voor is. Kan, met name een orgaan van de Vlaamse Gemeenschap controleren op het gebruik van cocaïne, is dit geen politionele bevoegdheid en/of schendt men hier niet een of andere privacy wet?



Juridisch is het natuurlijk een andere zaak. Gebruik van cocaïne is bij nader order nog steeds wettelijk verboden en Boonen heeft voor dezelfde feiten vorige jaar al opschorting van straf gekregen. Een effectieve straf zit er deze keer wel degelijk is. Maar laat ons in ’s hemelsnaam deze twee zaken strikt uit elkaar houden: dat het gerecht Boonen een straf geeft, akkoord, maar laat die jongen morgen alstublieft zijn werk doen: fietsen en ritten winnen in de ronde van Frankrijk!

zaterdag 9 mei 2009

Wederopreden (een weekend afzien gelijk de beesten)

Vrijdag 1 mei 2009, Bredene, lft B, 3de
Zaterdag 2 mei 2009, Mol-Wezel, waod C, 2de
Zondag 3 mei 2009, Moerzeke, vwf C, peloton


Zondag namiddag, Moerzeke, 15.04 uur. Mijn bobijntje is af. Het reservoir is leeg. Ik heb net een alles of niets demarrage geplaatst om mee te glippen met vier vluchtelingen richting potentiële overwinning, maar het peloton gunt ons die vrijheid niet en sluit alweer aan. Net zoals daarnet, toen ik samen met de latere winnaar (dik verdiend) een kleine ronde het peloton voor bleef. Met mijn huidige conditie is dit al meer dan ik eigenlijk aankan en ik besluit om de resterende 2 toeren in de buik van de groep te fietsen.

Een dag eerder, Mol-Wezel (wat is het toch heerlijk losrijden in de Kempen). Ook hier zie ik de eerste twee ronden af gelijk de beesten. Dat is ook best voorspelbaar, wanneer je als organisator, de twee groepen laat vertrekken met slechts 30” tijd daartussen. Ei zo na slagen wij er als CD’s in om - door twee ronden op de tabellen te zetten van meer dan 50 km per uur - aan te sluiten bij het jonge geweld van de AB's. Gelukkig voor het goede verloop van de wedstrijd gebeurt dat niet, want duidelijke richtlijnen van wat dan gebeuren moet, zijn er niet.

Meer dan een figurantenrol zit er niet in, en als ik dan al eens overmoedig mee spring voel ik rap dat het mij nog aan kracht ontbreekt om waardig op kop te rijden. Op de koop toe heb ik mijn drinkbus vergeten. De hele wedstrijd lang worstel ik met de vraag of ik die niet heb laten staan op het dak van mijn wagen, of, erger nog, ik mijn auto überhaupt wel heb afgesloten en deze niet met open kofferdeksel heb achter gelaten. Mocht ik er niet rotsvast van overtuigd zijn dat ik deze training na 3 weken inactiviteit wel degelijk nodig heb, ik staakte de wedstrijd. Veel strijdlust is er dus niet aanwezig wanneer ik besluit toch mee te doen in de massasprint voor een ereplaats. Vooral de lange, brede aankomstlijn, waar ik niet moet wriemelen om vooraan te geraken, geeft de doorslag. Het is heerlijk lange harde sprint, waarbij we met tweeën lichtjes afgescheiden over de aankomst lijn rijden. Het verschil tussen mij een mijn opponent is slechts een paar centimeters. Wanneer wij beiden hijgend uitbollen, steekt die heel zelfvoldaan de armen in de lucht. Pas dan valt mijn euro. Wij hadden verdomme gesprint voor de eerste plaats!!! Ik wist dat er een man of vier, vijf in geslaagd was om halfweg wedstrijd het hazenpad te kiezen, maar wist ik veel dat dit allen D-renners waren. Ik mocht hier nooit hebben verloren. Iedereen die al eens op een koersfiets heeft gezeten weet dat er een hemelsbreed verschil is tussen een sprint voor de eerste plaats of een sprint voor pakweg de vijfde plaats. De motivatie waarmee je aanzet voor de overwinning is zo scherp dat je enkel al door je mentale kracht 2 kilometer per uur sneller sprint.

Wanneer ik later op de avond de foto’s bekijk van Karel Andries – die een mooie weergave geven van de sprint - ben ik nog meer ontgoocheld. Daarop is niet echt op te maken is wie er eerst de finish overschrijdt. Komt daar nog bij dat André, de technicus, er niet in slaagde om de beelden te reproduceren van de camera op de aankomstlijn. Balen.

Op vrijdag we zijn te gast in Bredene, bij de LFT. Communie foto kiekjes maken aan zee combineren met een namiddagje koersen. Het nuttige aan het aangename paren, heet dat. Veel jongens van de OVWF aanwezig. Ook zij weten wat vlammen is. Tegen mijn principes in heb ik besloten tijdens het verlengde weekend de conditie aan te scherpen door drie wedstrijden na elkaar te rijden.

De eerste van de drie koersen, hier in Bredene, zou in principe de gemakkelijkste moeten zijn, want de benen zijn nog fris. Dat valt flink tegen. Veel wind, wat zou je willen aan zee, dus is het “kantjes af rijden” geblazen. Kent u de Kathleen-Van-Den-Brempt-fietspositie? Fiets goed rechthouden, tegen hoge snelheid op een millimeter van de boord van de weg het wiel van je voorganger trachten te houden. Om toch enigszins in te schatten waar je rijdt, houd je het kopje zo scheef mogelijk ten opzicht van je lijf. Is er veel wind en kan je het met een paar hardrijders op een akkoordje gooien? Doe dan het volgend: zoek op het parcours een weg waar de wind hard schuin op de kop blaast. Kies de breedte van de baan uit in functie van de hoeveelheid renners waarmee je de rest van de koers vooraan wenst te blijven fietsen. Vorm met een paar straffe coureurs een waaier, geef vol gas en draai in de waaier goed rond. Degenen die niet in de waaier zitten hebben pech, rijden quasi vol in de wind en mogen Kathleen-Van-Den-Brempt’ten zoveel ze willen, lossen zullen ze.

À propos, alles blijft samen, ik word derde in de sprint.

Relaas sprint Mol-Wezel










Zeg nu zelf: lijkt het niet een beetje alsof ik win?


Foto's Moerzeke (met dank aan Dirk Van Bellegem)


Peloton op sleeptouw


Met vier man weg


Met latere winnaar op stap

maandag 4 mei 2009

Fietsen Van Landeghem, Sint-Gillis-Waas

Zaterdag 25 april 2009, Davitamon Classic.

Een jaar of vijf, zes moet het geleden zijn dat ik nog eens deelnam aan een grote toertocht. Vóór die periode stonden quasi al mijn zomerweekends in het teken van het wat men gemakkelijkheidhalve catalogiseert onder de term “wielertoerisme”. Noem een - in België georganiseerde - toertocht op, of ik heb eraan deelgenomen. Het verschil tussen wielertoeristen en “echte” coureurs was in die tijd heel simpel: coureurs schoren hun benen en toeristen reden op tweedehands fietsen waarvan zij dachten dat de middenbuis diende om hun buikje op te laten rusten. Je kon er gif van op innemen dat gasten die ons pad kruisten gezeten op een glanzende, geöliede bolide, die de pedalen ronddraaiden met een koppel geschoren benen, verdwaalde coureurs waren van de waod (ik vraag mij af of de vwf toen al bestond) of “liefhebbers”, zoals de renners van de Elite Zonder Contract toen heetten.

Is dat anno 2009 eventjes anders! De paar duizend cyclosportieven (ik gebruik vanaf nu nooit meer de pejoratieve term “wielertoerist”) die op het appel verschijnen in Nazareth, bij Deinze, zijn allen, op een paar uitzonderingen na, goed getrainde atleten op tweewielers die in een prof-peloton niet zouden misstaan. Kaders in aluminium? In de minderheid! Carbon, al wat de klok slaat. Ik merk topgroepen als Sram Red, Campa Record en de Dura Aces van Shimano afgemonteerd op blinkende frames van Trek, Specialiazed, of Cervélo’s en wielen van Zipp of de dure Mavic Cosmic’s.

150 km freewheelen? Vergeet het! Het eerste anderhalf uur rijden wij in het wiel van een onbekende soldaat die met de wind op de kop en zonder aflossing ons door de Vlaamse Ardennen piloteert richting Ronse. Niet dat ik niet wil overnemen, maar wel niet tegen het tempo dat die jonge man er op na houdt, uit schrik om op het eind suikers te kort te komen. Op mijn trainingstochtjes overschrijd ik immers zelden de 75 kilometer en dat is exact de helft van wat hier vandaag moet worden afgelegd.

Onze locomotief parkeert zich na 50 kilometer plots in een trager rijdend groepje (maten gevonden? Poer op?) en Kris, mijn broer, en ik verdelen de rest van de kilometers en de 14 hellingen onder ons beiden om aan te komen met een gemiddelde snelheid van om en bij de 34 km per uur. Is het vanwege het niet in de benen hebben van de afstand, is het de virale infectie die nog in mijn lijf hangt, feit is dat er weinig koersen zijn dat mijn benen zo kapot aanvoelen dat vandaag.

Toch ben ik blij met de beslissing nog eens te hebben deelgenomen aan een toertocht. Om de duur wordt het wekelijkse koersen immers ook maar monotoon, zowel wat betreft beleving als op het gebied van variatie. Ik heb genoten van het prachtige landschap, de perfecte organisatie, de ambiance van het samen fietsen, het goede weer, …

Voor herhaling vatbaar.

En van de dappere soldaat vol opofferingsgezindheid herinner ik mij tot op heden niets anders dan de tekst van de publiciteit op zijn koersbroek waar ik gedurende meer dan een uur heb op zitten staren: “Fietsen van Landeghem – Sint-Gillis-Waas”. Geen naam, geen gezicht, geen stem.