maandag 15 juni 2009

Winst in Liedekerke !!

Verslag volgt.

Op het filmpje lijkt het alsof ik een massasprint win, in realiteit zijn Danny De Backer, Ronny Paridaens en ik er in de laatste ronde van onder gemuisd en worden wij ei zo na gegrepen door het peloton.

Met dank aan de mensen van VEDISYS voor het filmpje!!

Klik hier voor filmpje van de koers in Liedekerke (aankomst = doorspoelen naar 2min50)

Van de regen in de drop

Lochristie, 10 juni, waod C, 12de

Hoewel het vandaag in Hyfte, een gehucht in Lochristie, pijpenstelen regent, is de titel van dit stukje niet letterlijk te nemen. Het gaat namelijk niet goed met mij. Om de altruïsten onder jullie direct gerust te stellen, bedoel ik wel degelijk dat het niet goed zit met prestaties op de fiets, met de rest gaat het prima. Dat ik vorig weekend de aansluiting met de beteren miste schreef ik nog toe aan de “opbouw”. Conditie bestel je immers niet op maat en vereist geduld. Maar in die gestage groei moet wel een lijn merkbaar zijn, en niet, zoals vandaag, weeral een neerwaartse knik vertonen.

Zou ik op de leeftijd zijn gekomen dat “het” niet meer lukt? In de wandelgangen van het koershuishouden wordt 48 jaar nogal eens naar voor geschoven als een scharnierleeftijd. Dit zou de ouderdom zijn waar eenzelfde eenheid aan geleverde trainingsarbeid niet meer resulteert in dezelfde prestaties als voordien. Met andere woorden, je wordt op de fiets een oude vent en je kunt niet meer mee. Maar, ten eerste, ik ben er nog geen 48, verre van, en ten tweede, wat dan te zeggen van Walter, Franky, Patrick, Danny, Kenny, Rudy, Dirk, Ronny en de vele anderen die ouder, sommigen véél ouder, én beter zijn dan ik ?

Welgeteld één keer slaag ik er vandaag in om, in het eerste wedstrijdgedeelte, solo een gat toe te rijden op een aantal vluchters. Bij aankomst daar ben ik enkel nog goed genoeg om stande pede te worden opgenomen in het zeepreventorium voor personen met ernstige luchtwegenaandoeningen in Sint-idesbald. Geen lucht, dus niet genoeg rode bloedlichaampjes met zuurstof naar de spieren, met als gevolg verkrampt zitten op de fiets. Wanneer naam en faam aanstalten maakt om de wedstrijd in een definitieve plooi te gooien, kijk ik ernaar als de klassieke koe naar de al even klassieke elektrische trein.

De rest van de wedstrijd haspel ik af aan trainingstempo. In de sprint voel ik dat ik nog wat over heb en in de laatste 50 meter zou kunnen versnellen, maar ik zit ingesloten. Een enig lichtpuntje in deze sombere avond. Het vreemde is dat, al lijkt het erop dat ik niet meer in het rood kan rijden, ik niet echt moe of kapot huiswaarts keer. Wat is hier aan de hand?

En nog het meest frustrerende van al is niet dat ik “slechts” 12de eindig in plaats van top-5, dan het mentale besef dat het tot voor kort wél lukte om mee de wedstrijden te maken.

Tweemaal nét niet

Sombeke, 6 juni 2009, VWF C, 4de
Schendelbeke, 7 juni, VWF C, 15de


Twee wedstrijden in twee gemeenten maar met toch een zelfde profiel: Sombeke, gelegen op de flanken van de Durme en Schendelbeke, een deelgemeente van Geraadsbergen waarvan iedere wielertoerist met zin voor aarderijkskunde weet dat dit aan de oevers van de Dender ligt. Niet dat we ons op de Mont Ventoux wanen of dat er zodanig moet worden geklommen dat de triple, de compact of den“28” moest worden boven gehaald, maar toch, de jongens die geen extra kilo's moeten meesleuren zijn hier licht in het voordeel. De uitslag liegt er dan ook niet om: tweemaal mag Danny De Backer, nat gewogen een goede 60 kilogram, zegevieren. Zijn streekgenoot, Ronny Paridaens, en medebezieler van de wedstrijd in Schendelbeke doet daar nog enkele kilo's af. Ik was vandaag met hem een paar keer op stap en ik kan mij perfect inleven in de frustratie van cousteau's als Bernard Thevenet, Hennie Kuiper of Eddy Merckx, niet alleen omdat Lucien Van Impe, zo goed de bergen opreed, dan wel dat het praktisch onmogelijk is om te recuperen in het wiel van zo'n pluimgewicht. Die gasten vangen met name geen wind.

Ik herinner mij dat ik eens dat ik al fietsend van mijn werk terug kwam en in de buurt van Liedekerke een lotgenoot (te herkennen aan het rugzakje) voorbij reed. De man liet zich eerst verrassen, maar kwam na een tijdje toch achter mij aan. Ken je dat gevoel, er komt iemand aansluiten in je wiel, en in plaats van gezellig een babbeltje te slaan, voelt dat in-het-wiel-zitten ongemakkelijk aan, en versnel je. Eens aftasten welke vis er aan je fiets hangt. Haantjes gedrag. Zelfs venten in hun midlife crisis hebben daar last van. Versnellen dus, en nog eens, en nog een tandje groter. Het ventje in mijn wiel wilde maar niet lossen. Tot hijzelf overnam en er zelf nog eens een paar kilometer per uur bij deed. Mijn eerste kennismaking met het fenomeen Paridaens.

Ik was ooit 'ns met vakantie in Limburg toen ik op een zomerse zondagvoormiddag, langs één of andere vaart of kanaal, mij in het wiel zette van een ferme en kleurrijk uitgedoste wielertoerist die mij zonder een blik te gunnen voorbij snelde. Hij op een merkfiets van een paar duizend dollar, ik op een Hollands huurexemplaar, mét kinderstoeltje én Adriaan achterop. Hoe hard de man ook trapte, hij kreeg er mij niet af. Het zou mij verwonderd hebben mocht de brave ziel zijn chique Colnago 's middag in het clublokaal niet aan de haak hebben gehangen. Het aanstekelijke gekir en de luide aanmoedigingen van Adriaan zullen er dan waarschijnlijk teveel zijn aan geweest.

Zaterdag reed ik eenzaam en alleen het gat dicht op de leiders, maar bij aankomst daar, was de hoofdvogel gaan vliegen. Zondag, hetzelfde scenario, alleen had ik bij aankomst in de kopgroep mijn giftigste pijlen al verschoten en kwam ik niet alleen, maar had ik een 10 tal toeschouwers meegebracht. Toen Paridaens, Proost en Briau achter De Backer, De Tant, De Croock, Lievens en Heymans aangingen, zette ik mij bij in de coulissen en aanschouwde het gebeuren van op de eerste rij, in plaats van zelf in het stuk mijn rol op te eisen.

We doen weer mee, voorlopig weliswaar nog voor de ereplaatsen.

(ik doe mijn best om tussen schrijven en posten in vervolg wat minder tijd te laten, kwestie van wat actueel te blijven)

woensdag 10 juni 2009

Een knoert van een vreugd

Beveren, 7 mei 2009, waod C, 18de
Baasrode, 9 mei 2009, vwf C, 1ste
Massemen, 17 mei 2009, waod C, gestopt
Moorsel, 21 mei 2009, vwf C, >10de
Moorsel, 22 mei 2009, vwf C, 12de
De Klinge, 23 mei 2009, vwf C, 13de
Bavegem, 31 mei, vwf C, 9de
IJzendijke, 2 juni 2009, waod C, 9de

Na mijn hardnekkige verkoudheid, de noodzakelijke rust en de mezelf opgelegde driedaagse van Bredene, Mol en Moerzeke met een tussendoortje in Beveren, hoop ik in Baasrode de conditie eindelijk terug te vinden om op een aanvaardbaar niveau mee te koersen. Ook Patrick Van Rentergem is na zijn valpartij opnieuw van de partij en blijkbaar maakt dat iedereen zo blij dat van zodra de man zijn gat opheft het hele peloton prompt met hem wil meerijden. Onder andere door het ontbreken van de noodzakelijke natuurelementen lukt het hem vandaag niet waar hij in het verleden al zo vele malen succesvol in was, met name alleen wegrijden van de groep. En wanneer iedereen waakzaam als een kat op de loer ligt om bij de minste beweging van één renner te reageren, lukt het een vrijbuiter wel eens om in de laatste kilometers van een wedstrijd aan die aandacht te ontsnappen. In Baasrode is die rol voor mij weggelegd. Op zo'n vier kilometers van de finish, terwijl iedereen van Rentergem in het oog houdt, demarreer ik met volle kracht. Ik heb direct 100 meter. Daardoor zaai ik onmiddellijk de twijfel waar elkeen die de groepssprint wenst te ontlopen op hoopt: de sprinters durven niet naar je toe te rijden omdat zij weten dat zij deze inspanning zullen moeten bekopen in de finale en de rest zit te hopen dat honger naar een overwinning bij de mannen met naam en faam groot genoeg is opdat zij alsnog zouden reageren.

Nog vier luttele kilometers te gaan en je hebt honderd meter voorsprong op een plots wakker geschoten achtervolgende bende jonge (en minder jonge) wolven. Daar zit je dan. Begin er maar aan. Op televisie lijkt zoiets simpel. Ik weet wat ik moet doen: die grote molen ronddraaien en de wijzer van de kilometerteller tegen het cijfer 50 proberen te houden. Je hele lijf doet pijn en smeekt om dit beulenwerk te stoppen. Terug ingelopen worden is afgaan als een gieter. Wie honderd meter voorsprong bij elkaar fietst in de laatste kilometers van een wedstrijd en enige klasse heeft , die houdt dat vol tot op de meet. Dat is een klassiek scenario. De grootste losers zijn zij die het lef te hebben om te demarreren, maar in hun overmoed hun gebrek aan talent over het hoofd zien. Terwijl ik de goden om bijstand smeek schieten deze overpeinzingen door mijn hoofd. Alle mogelijke én eervolle ontsnappingsroutes passeren daarna de revue. Steentjes op de weg: in de wedstrijd probeer ik die zoveel mogelijk te ontwijken, nu rijd ik er vol in. Bochten: ik negeer bewust alle wetten van de aerodynamica en mechanica, lap de zo nodige voorzichtigheid aan mijn been (hmm) en alle bochten met een veel te hoge snelheid. Ik zie de krantenkoppen al voor me: “De overwinning lag voor renner A uit G zomaar voor het grijpen, doch op 2 kilometer van de finish (miste die zijn bocht) (reed hij plat) en verdween jammerlijk, maar eervol uit de wedstrijd”.



De beloning volgt echter snel. Het nauwelijks te beschrijven gevoel van geluk tijdens laatste honderden meters koers is de compensatie voor het verschrikkelijke afzien. Dit is de beloning voor alle ellende waar men door moet om deze loutering te bereiken: voor de trainingen door regen en wind, voor het verbijten van de koude en de afschuwelijke ijstenen in de winter, voor al het vroege opstaan op zondagmorgen en het missen van de geur van verse koffie en lekkere ontbijtkoeken, voor het mij ontzetten uit mijn recht op luiheid.

Die enkele luttele seconden van hemelse roes, op weg naar de overwinning, stikkapot en zo leeg als een rietje gereden, daarvoor doe je het voor, al de rest is zeer in pakskens. Die enkele ogenblikken van intens genot, daar teer je de rest van het seizoen op, dit is de brandstof om er de volgende winter opnieuw tegenaan te gaan.

Ware het niet dat ik niet meer zo naïef ben om te geloven dat testosteron volledig verbannen is uit het peloton, ik zou denken dat, wanneer ik de televisiebeelden bekijk van sommige winnaars op het podium, deze nog duidelijke sporen van deze intense blijdschap vertonen. Of zijn dat die moderne zeemvellen die zo zwellen in hun broek?

* ~ * ~* ~ * ~ * ~ * ~ * ~ * ~ * ~ * ~* ~ * ~ * ~ * ~ * ~ * ~

Geen weerstand? Te diep geweest? Nog niet voldoende hersteld? Wie zal het zeggen. In elk geval welgeteld 12 uur na mijn overwinning in Baasrode lig ik terug inde lappenmand met koorts. De dagen daarop wissel ik die in voor snot, slingers en hoest. Toch start ik op zondag in Massemen. Eens Wetteraar, altijd Wetteraar. Halverwege staak ik de wedstrijd. Tegen beter weten in start ik in de tijdrit in Moorsel en de dag nadien in het criterium. Het loopt geen meter. Tijdens de wedstrijd in De Klinge rijden de collega's, mij boos aankijkend, in een bocht om mij heen. Zodanig zijn zij geschrokken van mijn hoestbuien en hebben zij schrik besmet te geraken van mijn virussen.

Het kan zo niet meer verder en tegen mijn principes in zoek ik op maandag mijn toevlucht tot de antibiotica.

Een week later, tussen twee bedrijven van Astrid haar communie in, ga ik koersen in Bavegem. De antibiotica kuur is achter de rug maar veel beterschap merk ik nog niet.

Mijn meest recente wedstrijd, dinsdag jongstleden, 2 dagen na het einde van de kuur, vond plaats, net over de grens, in het sfeervolle Ijzendijke. Het lijkt het alsof de hemel langzaam opklaart: de ademhaling verloopt minder stroef verloopt en de benen beginnen soepel te draaien

Het ziet er naar uit dat we gaan er straks in Sombeke (spreek uit: Zombeke) eens een lap gaan op geven!

(de bedoeling was om dit vorige zaterdag te posten)